levensslingers

26/05/2011

De middenweg

Filed under: Politiek — Henk van Putten @ 12:27 pm

In het Palestijns-Israëlische conflict probeer ik mij gematigd neutraal op te stellen. In gezelschappen waar men op de hand is van Israël wijs ik op de verdrukking waaronder de Palestijnen lijden en de ongelijke strijd die gevoerd wordt. In gezelschappen waar de keuze pro Palestina wordt gemaakt, zal ik melden dat ik vind dat Israël, als ieder ander land, het recht heeft zich te verdedigen en dat er Palestijnse groeperingen blijven die hen de zee in willen drijven.

In onze media lijken de voorvechters van de Palestijnse zaak vaker het woord te voeren dan zij die op de hand zijn van Israël. Gretta Duisenberg is intussen een BN-er, maar manifesteert zich telkens weer als de boer Koekoek van de pro-Palestina-groepering. Wie mijn verbazing wekt is Dries van Agt, iemand die vijfentwintig jaar geleden nog onomwonden sprak van ‘onze Israëlische vrienden’. Het elan waarmee hij het opneemt voor de Palestijnse volk is onverzadigbaar, zijn vuur onblusbaar.

Van Agt ken ik uiteraard als oud-CDA-politicus, een partij die een christelijke politiek wil voeren. Dat roept bij mij deze vraag op: wat nu als het de hand van de God van Israël is, die zorgde voor de terugkeer van de Joden naar het beloofde land na WOII ? Tegen wie neemt hij het dan op? Zijn reactie zal misschien luiden dat je je dat bij ieder onrecht wel kunt afvragen: Wat nu als de God van Israël erachter zit? Maar dat is te gemakkelijk. Het is de bijbel die het volk Israël verbindt aan het land gelegen daar bij de Middellandse zee. En dat is het boek dat hij als CDA-politicus jarenlang als leidraad in de hand hield. En misschien nu nog steeds wel.

Dat boek geeft het volk Israël uiteraard niet een vrijbrief om, tegen elk internationaal recht in, onbeperkt om zich heen te slaan. Het andere uiterste is stellen dat Israël niets te zoeken heeft in wat het beloofde land heet of in Jeruzalem, de heilige stad. Een middenweg vinden zal voor de strijdende partijen helaas niet lukken, in ons oordeel pleit ik hier wel voor.

Advertenties

02/05/2011

Klapsigaar

Filed under: Politiek — Henk van Putten @ 10:40 pm

Aan bezuinigen is geen ontkomen. Een zwaar getroffen sector is die van de sociale werkvoorziening, (re)integratie en werkervaringsplaatsen. Op de (gemeentelijke) gelden die hiervoor lange tijd beschikbaar zijn geweest wordt momenteel in de grote steden flink gekort. Gewezen wordt daarbij op het misbruik en de matige resultaten van de regelingen. Bedrijven namen graag gesubsidieerde werknemers in dienst, maar zelden ontstonden hierdoor volwaardige arbeidsplaatsen. Zo was er vanuit deze sector te weinig doorstroming naar ‘normaal’ werk, lees: werk dat niet ondersteund hoeft te worden met gemeenschapsgeld. Dat was niet de opzet, noch de afspraak. In Groningen is de op handen koerswijziging alvast zichtbaar gemaakt in een hernoeming: de ‘Dienst Sociale Werkvoorziening’ is niet meer, leve ‘Iederz’. De suggestie die van de naam ‘Iederz’ uitgaat, is: ‘van iedereen’ en zo ‘in ieders belang’. Iedereen blij dus?

Nee, heel vreugdevol vind ik deze ontwikkeling niet. Het schrappen van de budgetten voor gesubsidieerd werk houdt in dat veel maatschappelijk nuttig werk in de toekomst niet meer gefinancierd kan worden. Groenonderhoud, bewaakte fietsenstallingen, ICT- of onderwijsassistentie op scholen en stadstoezicht zijn zomaar enkele voorbeelden. Tevens wordt onderschat wat het belang van arbeid, ook de gesubsidieerde, is voor het gevoel van eigenwaarde van mensen. Het geld dat nu bezuinigd wordt, zal binnen de kortste keren weer als sneeuw voor de zon verdwenen zijn. Het zal niet alleen opgaan aan hogere uitgaven voor uitkeringen (een groot aantal van de getroffen werknemers is kansloos op de arbeidsmarkt), ook de kosten voor gezondheidszorg zullen toenemen: psychische en psychosomatische klachten als gevolg van een gevoel van nutteloosheid. Zo is deze bezuiniging weinig meer dan een Haagse sigaar uit eigen doos. Een klaphofnar.

01/05/2011

In wonderen geloven

Filed under: Religie — Henk van Putten @ 12:11 pm

In een groot ziekenhuis in Nederland gaan vrijwilligers iedere zaterdagmorgen langs bij patiënten, met de vraag of ze belangstelling hebben voor de kerkdienst op zondag. Niet zo lang geleden gebeurde iets wat wel vaker gebeurd was en vast ook nog vaak zal gebeuren: de patiënt op de kamer waar de vrijwilliger naar binnen was gegaan was in diepe rust. De vrijwilliger wilde alweer verder gaan, toen hij zomaar bedacht om een liturgieboekje op het nachtkastje van de patiënt achter te laten. Gebruikelijk was dat niet; het was ook helemaal niet duidelijk of deze patiënt hier iets aan zou hebben. Maar er was kennelijk iets waardoor deze vrijwilliger bij zichzelf dacht: ‘Baat het niet dan schaadt het niet.’

Deze patiënt nu was inderdaad niet kerkelijk. Lang geleden had hij afscheid genomen van het geloof van zijn ouders, de zekerheden van zijn jeugd. Nu had hij het moeilijk, hij was ernstig ziek. Vaker dan heel lang het geval was geweest dacht hij thans terug aan vroeger. Op die zaterdagmorgen dat de vrijwilliger hem slapend aantrof, droomde hij over heel vroeger. Van deze droom herinnerde hij zich niets meer toen hij er weer uit wakker werd, behalve dat de dominee uit zijn jeugd hem hierin een liturgieboekje had gegeven, zoals dit op hoogtijdagen wel eens was uitgereikt ’s zondags. Tot zijn stomme verbazing lag dit boekje op zijn nachtkastje toen hij wakker werd.

Helemaal over zijn toeren vertelde hij de eerste mens die hij zag, de ziekenbroeder, over zijn droom, zijn vondst erna, het onvoorstelbare wonder. Deze reageerde nuchtertjes en hielp hem letterlijk uit de droom: er was een vrijwilliger op de afdeling geweest, met precies zulke boekjes als het getoonde. Deze vrijwilliger had mensen gevraagd voor de kerkdienst. Kennelijk had hij toch iets minder vast geslapen dan hij dacht en was de liturgie zo zijn droom komen binnensluipen.

Dit antwoord zinde de zieke geenszins, van iemand op zijn kamer herinnerde hij zich niets. Hij vroeg de broeder of hij alsnog naar die kerkdienst kon. Dat was natuurlijk geen probleem. Die zondag werd hij opgehaald door twee vrijwilligers. Hij vroeg hen wie van hen zaterdag langs de patiënten was gegaan. Tot zijn geluk was deze persoon ook op deze zondag aanwezig en kon men hem aanwijzen. Hij vroeg hem “U hebt een boekje op mijn kamer achtergelaten, daar ben ik u heel dankbaar voor – is dat gebruikelijk bij slapende patiënten?” De vrijwilliger antwoordde van niet, maar dat hij hem in zo’n diepe rust had aangetroffen dat hij op deze manier de kans had willen geven om zich op te geven voor de kerkdienst – indien gewenst natuurlijk.

De patiënt vertelde wat er gebeurd was, hoe hij gedroomd had dat zijn vroegere dominee de liturgie had aangereikt, en dat precies zo’n boekje er had gelegen toen hij wakker was geworden. “Denkt u dat er een wonder is gebeurd?” vroeg hij aan de vrijwilliger. De vrijwilliger dacht na en zei “Een prachtig toeval is het sowieso. En zelf geloof ik dat je het ook een wonder mag noemen. Want u sliep heel diep.”

Blij met deze erkenning sloot de patiënt het verhaal in zijn hart. Zijn ziekte verdween er niet door, het geloof van vroeger keerde er uiteindelijk wel door terug. Wie het horen wilde vertelde hij waarom hij weer gelovig was geworden: het wonder. Maar niet iedereen wilde geloven wat hij geloofde. Iemand die slaapwandelt, is zich ook bewust van zijn omgeving zonder dat hij dat erna nog weet, zo luidde de verklaring van deze mensen. Net als die van de ziekenbroeder.

Wie iets niet wil geloven, vindt altijd wel een argument daarvoor. Maar gelukkig geldt het tegenovergestelde ook: wie wel wil geloven, zal die keuze zeker ook kunnen motiveren. In beide gevallen geldt: zoek en je vindt.

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.